
Een van mijn zoons las de titel van deze nieuwe blog en zei lachend naar een van zijn broers: mama schrijft: “wat ik leerde van een kaars!”
Misschien herken je deze reactie wel. “Wat zou je nou kunnen leren van een kaars?” Misschien ben je ook wel nieuwsgierig geworden en heb je besloten om verder te lezen. Als je hier voor het eerst bent; welkom.
Mijn naam is Sarah van der Wal – Rouault en ik werk als psycho sociaal therapeut binnen mijn eigen praktijk Hineni. Daar werk ik individueel met mensen en ik geef workshopavonden voor groepen mensen, wat ik Heart Work genoemd heb (www.hineni5.nl/groepen). Ik vind het leuk om zo af en toe eens wat te schrijven van dingen die mijzelf bezig gehouden of een inzicht die ik opgedaan heb.
Dan nu terug naar de kaars.
Vanmorgen had ik mijn Heart Work tekenspullen gepakt. Ik verlangde naar mijn eigen ‘Tephilla”* tijd met God, en om Zijn Aanwezigheid te symboliseren wilde ik een kaars aansteken. Dit was nog een nieuwe kaars. Het lontje brak vrij snel af en vatte daardoor niet goed vlam. Lucifer 1 ‘verspild’.
Ik ontdekte, na lucifer 4, dat het kaarsvet te dicht bij het korte lontje kwam, waardoor het korte lontje geen tijd kreeg om goed te gaan branden. Ik pakte een keukenpapiertje en begon het net gestolde kaarsvet weg te vegen. Weer een doekje en weer nieuwe lucifer in een poging de lont brandend te krijgen. Bij lucifer 6 bleef de kaars een poosje branden totdat ook deze langzaam doofde in het kaarsvet. Het lontje verzoop en kreeg geen kans om droog te raken.
En toen ik even goed keek zag ik het…. door het kaarsvet wat ik had weggepoetst, was er ook een rand ontstaan en die hield het branden van de kaars tegen. De kaars moest kunnen overstromen om te kunnen blijven branden. Bij lucifer 7 bleef de kaars branden. (Mooi getal trouwens ook ;-)).
Wij, wij zijn ook zo’n kaars. Met een lontje in ons, die aangestoken kan worden door de Liefde Zelf. Zodat we kunnen schijnen en schitteren. En het kan zomaar gebeuren in ons leven dat dat lontje in ons breekt, dat we bijna niet meer te bereiken zijn.
De kaars moest kunnen ‘huilen’ , over de rand heen gaan, zodat het lontje de kans kreeg om weer groter en sterker te worden.
Wat dit van mij vroeg? Doorzettingsvermogen, geloof en de durf om bij een brandende kaars de randen met veel tederheid omlaag te duwen, zodat het kaarsvet weg kon stromen.
Datzelfde hebben wij ook nodig als het om onze eigen hart gaat. Als we de randen rondom ons hart zo hoog houden dat we niet naar buiten kunnen laten stromen, wat zo nodig naar buiten te stromen heeft. Dan doven we onszelf uit. Zoals de vlam van de kaars doofde in zijn eigen kaarsvet. We hebben geloof nodig dat er een Ander is, die ons ziet en ons troosten wil en durf om datgene te doen wat nodig is om de randen van ons hart weer zacht te maken.
Zegen voor jou, waar je ook bent in je eigen reis.
- Lees hier wat Tephilla betekent : https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/5808447/jewish/Prayer-Tefillah.htm
