Een jaar geleden poste ik een mijmering met als titel- “een stap in geloof“.
Daarin schrijf ik o.a. dit: “Het volk Israël in de tijd van Jozua. Het volk werd bevrijd uit slavernij en is onderweg naar het land dat God hen heeft toegewezen. Het beloofde land, waar zij in vrijheid mogen leven. Het lijkt of er iets onmogelijks van hun wordt gevraagd. “Ga naar de overkant van de Jordaan, naar Jericho.”De priesters krijgen de opdracht om samen met de ark op hun schouders, de ark waarin God liet zien ‘Ik Ben erbij’, hun voeten in de Jordaan te zetten.In geloof. Ze moesten er gewoon in gaan staan, en dan wachten.. Het opmerkelijke in dit verhaal is dat het wonder direct gebeurd, maar niet direct zichtbaar voor de priesters en het volk. Het water rees namelijk op bij de stad Adam; 29 km bij hun vandaan !! De priesters zette een stap in geloof, het wonder gebeurd direct, maar niet direct voor hun ogen. God wilde aan het volk laten zien dat Hij, de Levende, met hun is.
Zou dat ook zo bij ons werken? Dat wij een stap in geloof zetten, en dat er daadwerkelijk iets in beweging gezet wordt, zonder dat wij het nog kunnen zien met onze ogen?
Zo hebben mijn man en ik een stap in geloof gezet. Een onmogelijk doel voor onszelf gesteld. In geloof, omdat we weten dat als we erdoorheen gaan, er meer vrijheid aan de andere kant is. Wat ons onmogelijke doel is doet er voor nu even niet toe, maar wie weet schrijf ik over een jaar dat er een wonder gebeurd is en het onmogelijke toch mogelijk werd ;-).“
Het onmogelijke, werd mogelijk. Het wonder is gebeurd!!!
Hier het verhaal wat ik vorig jaar nog niet uit de doeken deed: tijdens mijn studententijd bouwde ik, door allerlei redenen die veelal buiten mijzelf lagen, een enorme studieschuld op. Jarenlang heb ik hierover boosheid en wrok gevoeld. Deze studieschuld legde immers een zware druk op onze financiën en had gevolgen voor allerlei keuzes die wij wel of niet konden maken. Dit was een last die ik zo ongeveer dagelijks, en vaak in stilte, met mij mee droeg. Naast een weg van vergeving, mijn slachtofferschap en vervolgens daderschap (daar zou ik een hele aparte mijmering over kunnen schrijven ;-)) in de ogen te hebben gekeken, was het vorig jaar zomer de tijd om ‘mijn eigen hart erachter te zetten’. Verantwoordelijkheid te gaan nemen voor dat wat mij was aangedaan en van mij geworden was. Ik had niet geheel vrijwillig voor deze schuld gekozen én hij was van mij en van ons geworden.
Met vrienden hebben wij tijd genomen om te bidden. Te beginnen met belijden en aan God voor te leggen wat er gebeurd was en of Hij recht wilde spreken in deze situatie. Maandelijks kwamen wij bij elkaar om hierover te delen, te danken voor wat God geeft en te bidden voor bevrijding van deze last.
Vorig jaar leek het onmogelijk om de nog openstaande schuld in een jaar tijd af te lossen, maar het is gelukt. We zijn in staat gesteld om dit te doen. Voeten in de Jordaan. God baant een weg.
We zijn uit naar wat deze hernieuwde vrijheid ons gaat brengen. Hoe wij het land in bezit kunnen nemen wat God ons iedere dag geeft. Want als je bent bevrijd, dan is een hele terechte vraag: bevrijd, waartoe?

